Ons huidige pensioenstelsel dient te worden aangepast / gemoderniseerd. Daar zijn veel politieke partijen het over eens. Maar hoe moet dit worden aangepast en welke wijze krijgt de voorkeur? In 2007 volgde de Pensioenwet (Pw) de vervallen Pensioen- en spaarfondsenwet (Psw) uit 1954 op. De Psw is in het verleden vaak aangepast. Vooral vanwege maatschappelijke ontwikkelingen als toenemende arbeidsmobiliteit en de overgang van een kostwinners- naar een tweeverdienersmodel. Met de PW van 2007 veranderden de principes van het pensioenstelsel niet. Pensioen was en bleef een secundaire arbeidsvoorwaarde waarvoor werkgever en werknemers verantwoordelijk bleven. Mensen die geen pensioentoezegging hebben, ZZP’ers en DGA’s dienen zelf iets voor “later” te regelen. Lange tijd waren banksparen en een lijfrenteverzekering een goed en gewild alternatief om pensioen op te bouwen of om aan te vullen. Meerdere politieke partijen willen een keuzevrijheid voor zowel deze groep als voor de groep die wel pensioen opbouwt via zijn of haar werkgever. In dit bericht leest u welke wensen er zijn en welke gevolgen een (volledige) keuzevrijheid heeft.

Sparen levert de laatste jaren weinig op en de fiscale voordelen van lijfrenteverzekeringen worden afgebouwd. De mogelijkheden waaruit gekozen kan worden om (aanvullend) pensioen op te bouwen is beperkt. Het kan dus de moeite lonen om te kijken naar minder traditionele manieren om je oudedagsvoorziening te regelen. In één van onze vorige berichten kunt u lezen hoe de AOW en het pensioenstelsel is opgebouwd.

Pensioenwet

Net als onder de Psw is in de Pensioenwet een pensioenregeling niet verplicht. Een verplichting om wél een pensioen aan te bieden staat in het algemeen in de collectieve arbeidsovereenkomsten. Indien er een pensioenovereenkomst wordt afgesloten, dan staan in de Pensioenwet de voorwaarden waaraan die pensioenafspraken moeten voldoen. Zo dient de pensioenovereenkomst te worden ondergebracht bij een erkend pensioenfonds of een erkende pensioenverzekeraar (art. 23 Pw). Op de naleving van de voorschriften wordt toezicht gehouden door De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM). De PW ging op 1 januari 2007 in. Sommige regels waren direct van kracht, andere op een later tijdstip. De gefaseerde invoering is in 2009 helemaal klaar.

Het afgelopen decennium is er weer veel veranderd. Zo hebben we bijvoorbeeld te maken gehad met een financiële crisis, met alle gevolgen van dien en de verhoging van de pensioenleeftijd. De voornaamste reden voor het verhogen van de pensioen is het feit dat we steeds langer leven en dus langer uitgekeerd moet worden. Vroeg of laat komen we financieel in de problemen.

Tweede Kamerverkiezingen, komt er een nieuw pensioenstelsel?

Over twee maanden, in maart dit jaar, staan de Tweede Kamerverkiezingen op het programma. Een groot aantal politieke partijen hebben uiteenlopende wensen om het huidige pensioenstelsel te moderniseren, helemaal aan te passen of te laten voor wat het is. Die laatste groep wilt op een andere manier het “pensioenprobleem” oplossen. Welke partijen willen een modernisering of aanpassing en welke partijen zijn van mening dat het huidige pensioenstelsel nog prima voldoet?

 1. Modernisering AOW- en pensioenstelsel

Als het aan GroenLinks, PvdA, CDA, en ChristenUnie ligt wordt het pensioenstelsel  gemoderniseerd, maar wordt er geen afbreuk gedaan aan de collectiviteit van het huidige stelsel. Zo wil het CDA een ‘persoonlijker pensioen’, waarin mensen meer inzicht krijgen in wat ze aan het einde van de rit overhouden, maar wel met behoud van solidariteit. GroenLinks wil dat deelnemers individueel gaan sparen, maar dat ze onderling nog wel de grootste beleggingsrisico’s delen. De PvdA wil daarnaast het opbouwen van het pensioen maximeren op twee keer modaal. Dit wilt de partij om de ongelijkheid tussen hoge en lage inkomens tegen te gaan. De reden is dat mensen met hoge inkomens gemiddeld genomen ouder worden en die groep krijgt daardoor meer pensioen uit de gezamenlijke pot. GroenLinks wil de fiscale subsidiëring van pensioenen van hoge inkomens beperken, maar stelt niet op tot welke grens. Zzp’ers moeten volgens de PvdA pensioen op gaan bouwen tot de sociale premiegrens. Het CDA wil dat zzp’ers alleen de volledige zelfstandigenaftrek krijgen als ze geld opzijleggen voor pensioen.

2. Persoonlijke AOW- en pensioenpot met volledige keuzevrijheid

De VVD en D66 zijn van mening dat het allemaal anders moet. Als het aan hun ligt gaat het pensioenstelsel namelijk rigoureus op de schop. Beide partijen willen namelijk dat werknemers straks een eigen pensioenpotje krijgen. Ze weten dan precies weten wat ze aan pensioen hebben opgebouwd. Op dit moment spaart iedereen bij een pensioenfonds in een grote pot en is het geld niet “geoormerkt”. Maar de partijen gaan nog een stapje verder. Ze willen dat werknemers zelf mogen kiezen bij welk pensioenfonds ze dit potje onderbrengen. Volledige keuzevrijheid dus. Dat is een flinke ommezwaai: in het huidige stelsel hebben werknemers niets te zeggen over wie hun pensioen beheert en hebben alleen mensen zonder pensioentoezegging zoals ZZP’ers en DGA’ s deze keuzevrijheid. Ook ChristenUnie is voorstander van een zelfgekozen pensioenfonds. Op andere punten willen partijen ook meer keuzevrijheid. Zo wil D66 dat mensen een vijfjarige premievakantie kunnen nemen. Ze krijgen ze ruimte om bijvoorbeeld hun hypotheek (voor een deel) af te lossen. VVD en D66 vinden beide dat werknemers bij pensionering in één keer een percentage van hun pensioen uitgekeerd kunnen krijgen. ChristenUnie en SGP willen op hun beurt dat mensen een deel van hun pensioenopbouw moeten kunnen gebruiken voor het afbetalen van een huis.

3. Huidige AOW- en pensioenstelsel zo laten

Maar volgens sommige partijen voldoet het huidige pensioenstelsel prima. Volgens de SP, PVV en 50Plus zijn de huidige pensioenproblemen op te lossen door de rekenrente te verhogen. Deze partijen denken de huidige problemen op te kunnen lossen door de rekenrente te verhogen. De drie partijen denken dat de huidige problemen simpelweg op te lossen zijn door de rekenrente te verhogen. Pensioenfondsen komen er dan weer goed voor te staan. Op dit moment berekenen fondsen hun toekomstige verplichtingen op de marktrente in Nederland. Bij de huidige extreem lage rente moeten ze daardoor heel veel geld in kas hebben om hun pensioenbeloftes te kunnen nakomen. Op het moment dat de marktrente vervangen wordt door een veel hogere vaste rekenrente van 4% zoals 50Plus voorstelt, vallen de verplichtingen veel lager uit, waardoor de tekorten als sneeuw voor de zon verdwijnen. Kortingen zijn dan van de baan en als het aan 50Plus en PVV ligt worden de pensioenen gewoon weer opgehoogd met de inflatie. De Nederlandsche Bank, maar ook D66 en VVD zijn fel tegen dit gegoochel met de rekenrente. Zij vinden dat pensioenfondsen zich dan rijker rekenen dan ze zijn, met het risico dat ze te veel geld uitgeven en er te weinig voor jongeren overblijft. Wat PvdA, CDA, GroenLinks en ChristenUnie betreft wordt het pensioenstelsel wel gemoderniseerd, maar zonder afbreuk te doen aan de collectiviteit van het huidige stelsel. Zo wil CDA een ‘persoonlijker pensioen’, waarin mensen meer inzicht krijgen in wat ze aan het einde van de rit overhouden, maar wel met behoud van solidariteit. GroenLinks wil dat deelnemers individueel gaan sparen, maar dat ze onderling nog wel de grootste beleggingsrisico’s delen.

Er zijn verschillende oplossingen, keuzes en mogelijkheden om de huidige problemen te tackelen. Wij spreken onze politieke voorkeur niet uit maar dat er iets moet gebeuren, dat is nogmaals duidelijk geworden. In ons volgende bericht gaan we dieper in op de problemen en de eventuele oplossingen. Wij willen u dan de oplossingen, voor- en nadelen van deze beschreven mogelijkheden nader toelichten. Daarnaast dragen wij ook een oplossing aan!

Tot volgende week!